Het jongetje is vier en zit pas op school. Daar had hij enorm naar uitgekeken, ook en vooral vanwege het fenomeen ‘kinderfeestje’. Hoe cool zou het zijn om daar voor uitgenodigd te worden! Net als zijn twee jaar oudere zus zou hij zich dan vol overgave in het feestgedruis storten! Al vrij snel was het zover. Hij kreeg een vrolijke kaart en de melding dat hij op een zaterdagmiddag verwelkomd zou worden bij een nieuw vriendje thuis.

De avond daarvoor kon hij niet slapen. Spanning hield hem klaarwakker en maakte hem aan het huilen. Spanning die de reflectie vormde van tientallen angstige vragen die in het kinderkoppie opkwamen en allemaal begonnen met ‘wat als…?’. Ineens leek alles onbekend en hij misschien onbekwaam. Wat als hij het eten niet lustte? Wat als hij de spelletjes niet kende? Of de liedjes? Wat als de moeder niet aardig was? Wat als het vriendje zijn cadeautje niet mooi vond? Wat als? Wat als….?

Zittend op de rand van het bed probeerden de ouders eindeloos te relativeren en gerust te stellen; het hielp niets. Als de ene vraag naar tevredenheid was beantwoord, kwam er wel weer een nieuwe op. De ene angst was nog niet gesust of een volgende verscheen. Het ene doemscenario was nog niet getackeld of er werd een andere gecreëerd. En natuurlijk konden de ouders en jij nu je dit leest (hopelijk) innerlijk glimlachen om zoveel paniek om ‘niks’. De gedachten die zó belangrijk en waar leken voor de kleuter. Tegelijkertijd zit hier een mooie ‘les’ in voor onszelf. Als we durven opmerken dat wij soms een leven lang hetzelfde doen als die kleine. Maar dan op schijnbaar belangrijkere, grootsere onderwerpen. Hoe mooi is het om te zien dat er altijd maar één systeem aan het werk is. De beweging van (in dit geval angstige) gedachten in bewustzijn, schijnbaar iets te maken hebbend met een toekomstige of gepasseerde gebeurtenis. Een gefabriceerde ervaring die geen grond heeft in de werkelijkheid.

En alleen het feit dat volwassenen meer conceptueel denken hebben rondom, ik noem maar iets, een sterfbed dan rondom een kinderfeestje, houdt niet in dat er in essentie iets anders aan de hand is. Het feit dat wij als grote mensen angstige gedachten hebben geprojecteerd op het concept solliciteren of spreken in het openbaar, betekent niet dat dit in essentie andere grootheden zijn dan het kinderfeestje van de kleuter.

De kijkrichting voor ouders (in het geval van het kinderfeestje) en voor onszelf (in alle gevallen) zit in het herkennen van dit systeem en daardoor zien dat relativeren, omdenken en geruststellen hooguit een tijdelijk doekje voor het bloeden is en geen fundamentele oplossing biedt. Inzicht in het systeem van de menselijke ervaring doet dat wel. Het herkent dat duizend angsten dezelfde bron hebben: een constante ruimte waarin ze opkomen en ook weer oplossen. En zo kunnen we als ouder in alle rust en helderheid zelf in die ruimte ‘rondhangen’ zonder de noodzaak tot oplossen voor ons kind. Zo kunnen we in onvoorwaardelijke liefde getuige zijn van het spel dat zich voor ons (en, misschien nog wel belangrijker IN ons) afspeelt.

(Ons kinderboek Binnenstebuiten Bente legt het ook voor kleintjes begrijpelijk uit)

 

Share This