Ooit las ik het boek Slowing Down to the Speed of Life en die titel, dat zinnetje, pakte me.

Ik herkende hoe vaak ik sneller wilde dan het leven ging, op allerlei gebieden. Willen dat de dag al voorbij was omdat ik wilde slapen (maar het idee had dat ik dat niet overdag kon doen), niet willen of kunnen wachten op de uitslag van een examen, me kapot ergeren aan het feit dat de tuin niet opgeruimd was want dat zou DAN, ONMIDDELLIJK moeten gebeuren. Dus wat was ik voor een loser dat ik dat niet DAN, ONMIDDELLIJK ook kon doen?

Het leken allemaal kleine voorvalletjes en ik zag destijds dat ik beslist niet de enige was die zo dacht. Sterker nog, ik hoefde maar een tijdschrift op te pakken om bevestigd te worden in mijn haast. “Het (kleine) overgewicht dat je op je dertigste hebt, raak je nooit meer kwijt”, “Je kunt beter zo vroeg mogelijk zijn om een huis te kopen, want anders…”, “Maak carrière voor je kinderen krijgt”. Ik had veel en vaak input gekregen die me sterkte in het idee dat het sneller moest – en dat het sneller kón dan ik het deed.

Wat ik niet zag, is het feit dat ik grote delen van de tijd meer bezig was met de toekomst dan met het heden. En ik merkte ook niet op dat mijn behoefte aan sneller (“dan is het maar alvast gedaan”) ervoor zorgde dat ik maar moeilijk rust kon nemen. Er was altijd nog wel íets dat gedaan moest worden.

Rust leek te lonken aan het einde van mijn to-do lijst. Maar die kwam dus nooit omdat er altijd nog wel iets anders was dat gedaan of bereikt moest worden om…. Om wat eigenlijk?

Wat maakte dat ik altijd sneller wilde dan het ging? Altijd dacht dat “als dit af is dan ben ik er”?

Als ik nu terug kijk, is mijn antwoord: ik was bang, onzeker. Die onzekerheid dacht ik te kunnen bezweren door snel, snel, snel te zorgen dat het allemaal goed geregeld en voor elkaar was. De man, het huis, de kinderen en de carrière. Niet over een tijdje maar nu, zodat ik NU alvast wist dat het goed zou komen en ik niet meer bang hoefde te zijn.

Het was een onmogelijke opgave en het bleef zodoende een onvervuld verlangen om zekerheid te vinden in het immer veranderende leven. Dat wat beweegt kan niet als houvast dienen, realiseerde ik me later. Zekerheid zit alleen in iets dat onveranderlijk is.

En dat onveranderlijke, dat is voor mij het leven dat ik ben. Niet het leven dat ik leid (of lijd) want dat is elke seconde anders, maar het leven dat ik BEN, altijd al was en zal zijn tot dit lijf ermee stopt.

Die realisatie gaf en geeft houvast en maakt dat ik nog maar zelden haast heb, de dingen meestal vol vertrouwen op hun beloop kan laten en kan genieten van wat er hier, nu, in dit moment van dit leven te ervaren valt. Ik leef meer dan ooit in het tempo van het leven en dat is zó lekker relaxt, ik kan het je aanraden ;-).

PS: Vind je dit en soortgelijke ideeën echt fantastisch maar blijkt het moeilijk om er in praktijk naar te leven? Doe dan mee met Time2Shift en ervaar moeiteloosheid zonder managen.