Je hebt een probleem. En als je dat probleem heel graag wilt oplossen, dan voelt het vermoedelijk als een PROBLEEM.

Grote problemen kenmerken zich door de enorme hoeveelheid gedachten die je erover hebt. Voor het slapengaan, middenin de nacht, zodra je opstaat en gedurende de dag denk je af en aan over HET PROBLEEM na. Als iemand je vraagt hoe het met je gaat, antwoord je: “Best goed, alleen gaat het met [probleemgeval] niet zo lekker” of “Mwa, matig, ik weet nog steeds niet wat ik met [probleemgeval] moet”.

Voor [probleemgeval] kun je van alles invullen. Je gebrek aan energie, de zorgen om je zieke moeder of partner, de teruglopende winst in je bedrijf, het kind dat zich semi-permanent heeft teruggetrokken op zijn zolderkamer of… You tell me ;-).

Mijn ‘grote probleem’ wisselde over de jaren. Een tijdlang was het ‘niet weten wat voor werk ik écht leuk vind’, dat veranderde in ‘ik heb zoveel pijn en zit in de WAO’ om vervolgens af te wisselen met ‘ik maak me zorgen over het onderwijs van mijn kinderen’.

Ik wilde die problemen graag oplossen – zoals jij de jouwe vermoedelijk ook met enige urgentie uit de wereld wilt helpen. Dat oplossen van die problemen bleek nogal lastig, ondanks de vele gesprekken die ik er met mensen over voerde, ondanks de boeken die ik erover las en ondanks mijn vele, vele denken erover. Hoe goed ik ook was in analyseren, redeneren, deduceren en induceren, het grote PROBLEEM loste zich niet op.

En daar stuiten we direct op het probleem van problemen oplossen: we proberen de kwestie op te lossen door er veel over te praten en te denken en zien over het hoofd dat het PROBLEEM bestaat bij de gratie van het denken. 

We geloven dat het Grote Probleem écht is, een objectieve waarheid. Zo was ik er destijds van overtuigd dat alles wat ik dacht over ‘leuk werk’ helemaal klopte met de realiteit. Mijn denken bevatte o.a. deze statements:

  1. werk leuk moet zijn
  2. werk moet een uitdaging zijn
  3. werk moet je niet boven de pet gaan
  4. zonder leuk werk blijf je altijd ongelukkig
  5. zonder waardering van je baas kan je werk niet leuk zijn
  6. werk moet afwisselend zijn
  7. teveel reistijd naar mijn werk maakt me ongelukkig
  8. ik ben niet hoog genoeg opgeleid voor de leuke banen
  9. veel werk is saai
  10. … er was meer denken maar dat laat ik hier even achterwege.

Wat ik toen nog niet herkende is dat die enorme hoeveelheid overtuigingen en concepten over werk élke baan tot een probleem maakte én ik ongelukkig werd van al dat denken. Niet van het werk dat ik deed. 

Een probleem is pas een probleem als er een batterij onzekere en/of angstige gedachten mee gepaard gaan. Gedachten over hoe het zo gekomen is en wat jij daarin fout deed (of hoe jij slachtoffer bent). Gedachten over de toekomst en wat daar mis zal gaan (en hoe dat dan jouw schuld is, of hoe jij er de dupe van zult zijn).

In de momenten dat je even afgeleid bent en over iets anders nadenkt, is het probleem ook even verdwenen. Om als een boemerang terug te komen zodra je gedachten zich weer richten op ‘het PROBLEEM’.

Dat het probleem zonder (jouw) gedachten geen waarheid is (en dus geen probleem), kun je gemakkelijk zichtbaar maken. Als er ooit, waar ook ter wereld, iemand in dezelfde omstandigheden andere gedachten had, dan bestaat het probleem dus logischerwijs bij de gratie van jouw denken.

En we kunnen een probleem dat ontstaan is door denken niet oplossen met hetzelfde denken. Of zoals Albert Einstein ooit gezegd schijnt te hebben:

“We cannot solve our problems with the same thinking we used when we created them” 

Gelukkig hoeft dat ook niet. Herkennen dat je probleem bestaat bij de gratie van jouw (onzekere) denken is genoeg om iets te veranderen.

Dat is nou ‘Therapie voor luie mensen’ ;-).

PS: Klinkt dit te simpel? Stuur me dan een beschrijving van je probleem en ik maak een podcastaflevering waarin we jouw probleem tegen het 3P-licht houden: welkom@shiftacademy.nl