“Ik kan hier ook rechtdoor rijden”, dacht ik regelmatig in de bocht van de snelweg op het Prins Clausplein bij Den Haag, “dan ben ik dood en is het klaar”.

De vangrail leek me te lonken, als baken van verlossing.

Het was 2000 en ik was grote delen1 van de tijd moe en ongelukkig. En in die tijd, in die bocht, en heel soms in een moment van grote wanhoop, kwam de gedachte aan suïcide bij me op.

Ik twijfelde of ik die ‘ik wil dood’- gedachten serieus moest nemen. De psychiater waar ik naar werd doorgestuurd, vond van wel. De gesprekken die zij met me voerde, gingen dan ook steevast over die, schijnbaar ‘gevaarlijke’ gedachten.

“Hoe is het de afgelopen week gegaan?”, was steeds de startvraag. Waarna ik mijn innerlijke agenda doorbladerde op zoek naar de goeie en de slechte momenten. ‘Goed’ was als ik niet aan zelfmoord had gedacht, ‘slecht’ waren de momenten waarop die gedachte er wel was geweest. Het gesprek ging vervolgens altijd over de ‘slechte’ momenten. Die kregen aandacht want die moesten verdwijnen.

“Ik kan beter dood zijn” werd een verboden gedachte.

Wat de psychiater en ikzelf totaal over het hoofd zagen, was dat het slechts een gedachte was. Een pijnlijke gedachte waar ik bang van werd. Maar nog altijd een gedachte. Eentje die er soms was, misschien zelfs regelmatig, maar die altijd ook weer verdween en vervangen werd door denken aan het avondeten, de school van de kinderen, mijn werk of de activiteiten voor het weekend.

De verboden gedachte was eigenlijk mijn ontsnappingsroute. Een escape, weg van het  verschrikkelijke gevoel dat ik had. Een gevoel dat ontstond door identificatie met alle negatieve ideeën die ik had over mezelf, mijn verleden en mijn toekomst.

Ik geloofde alles, werkelijk alle shit, die in mijn hoofd opkwam. Ik was als het ware mijn negatieve denken. Zonder nuance, zonder te zien dat ik meer was dan mijn angsten, mijn onzekerheden en mijn twijfels.

Ik had niet door (en niemand die het me vertelde) dat we als mens meer zijn dan het verhaal dat we over onszelf geloven.

Nu ik inzicht heb in de 3 principes kan ik herkennen dat we als mens als het ware uit twee delen bestaan. Tegelijkertijd.

Het ene deel is de levensenergie die door ons stroomt. Het leven zelf, als het ware. Mind, noemen we dat in de 3 principes. Dat leven leeft en trekt zich niks aan van welk denken dan ook. Dat leven stroomt, kronkelt en ervaart wat er te ervaren valt, zonder oordeel, zonder mening.

Het andere deel is het IKje, dat zich identificeert met de negatieve verhalen over datzelfde IKje. Dat IKje beseft niet dat het ’t leven zelf is. Sterker nog, dat IKje is veel te bang om de verhalen los te laten. Het zoekt houvast en veiligheid in ideeën over zichzelf en de wereld en ziet totaal over het hoofd dat de gruwelijke geestelijke pijn die het ervaart juist door die verhalen ontstaat. Dat schijnbaar oh-zo belangrijke IK-verhaal is de oorzaak van de pijn en dieper dat verhaal induiken (“Hoe voel je je nu?”, “Welke omstandigheden of gedachten veroorzaken je pijn?”) maakt het er zelden beter op.

Vrijwel nooit staan we stil bij het feit dat we het leven zelf zijn.

Ongelooflijk vaak zijn we bezig met “Ikke”.

In mijn ogen ontstaat de behoefte aan zelfmoord omdat we willen ontsnappen aan de identificatie met het IK-verhaal en dood gaan lijkt daarvoor de enige oplossing.

Er is ook een andere ontsnappingsroute: herkennen dat de verhalen die je (jezelf) vertelt, het denken dat je continu aandacht geeft, de gedachten die pijn doen en/of waar je bang voor bent, slechts het halve verhaal van JOU zijn. En nooit, nooit, nóóit waar.

Het kan moeilijk lijken om dat te leren herkennen maar dat hoeft het niet te zijn. Inzicht krijgen in de wetmatigheid die onze ervaring vorm geeft, is bij wijze van spreken therapie voor luie mensen. 

Alles wat er nodig is, is achterover leunen en luisteren naar hoe de 3 principes werken – en misschien op je gemakje en met nieuwsgierigheid meekijken naar wie of wat je werkelijk bent, voorbij de verhalen. Dan volgt inzicht én een totaal andere ervaring van het leven, vanzelf. 

Ben je benieuwd naar die ‘therapie voor luie mensen’? Kom gerust eens een dagje shiften, bijvoorbeeld tijdens de Shiftdag ‘Reset’ van 26 juni. Eén dag die je terugbrengt naar wat je ooit al was: ontspannen, helder en vol vertrouwen. 

Je bent welkom.

1) Ik was ook grote delen van de tijd in mijn sas met mijn jonge kinderen, mijn lieve man en ons heerlijke huis dat een veilige basis leek te vormen. Maar van die gedachten schrok niemand waardoor ze geen extra aandacht kregen.