Ik kom uit een lange lijn van driftkoppen. Mijn broer is er een, mijn vader was er een, mijn oom en opa’s van zowel mijn vaders als mijn moeders kant waren het ook. Dus dat ik regelmatig ontplofte was logisch. Geërfd, dacht ik.
Ik vond het vervelend voor mensen in mijn omgeving en zeker voor mijn bloedjes van kinderen toen die er eenmaal waren. De aanblik van de grote verschrikte ogen als de bom weer eens plofte, sneed elke keer weer door mijn ziel. Maar ja, zo was ik nou eenmaal en daar kon niks aan veranderd worden, was mijn overtuiging. Want het was mijn karakter.
Dus toen ik in 2013 de drie principes ontdekte, hoopte ik op beter slapen en minder stress, maar het kwam niet in me op dat mijn explosiviteit zou kunnen veranderen. Het was niet eens een gespreksonderwerp met mijn drie 3P mentoren, zo gewend was ik eraan.
Thuis functioneerde mijn man regelmatig als buffer, in mijn werk was die rol weggelegd voor mijn assistente. Met haar Siciliaanse afkomst was ze gewend aan temperamentvolle mensen en ze wist precies wat mij (met name bij groepstrainingen) deed ontvlammen, zodat ze de mensen van de eventlocatie voor brandgevaar kon behoeden.
Tot er iets veranderd bleek. Ongemerkt en tot op dat moment ook ongezien.
In september 2015 stond ik achter de strijkplank in het rommelkamertje op de eerste verdieping van mijn huis. Dat was ongebruikelijk, want ik was nooit echt een fan van strijken en had een kreukvrije garderobe als bewijs.
Die donderdagavond vond ik strijken ineens een goed idee. Sterker nog, het leek een noodzakelijkheid ter voorbereiding van het event de volgende dag. Er zouden 87 mensen komen en ik geloofde in die tijd dat ik a) in een jurkje op het podium moest staan en b) dat het een nieuwe outfit moest zijn die niemand ooit gezien had.
Ik had meer “moeten” over een dergelijke bijeenkomst, maar die doen er voor dit verhaal niet toe. Alhoewel zo’n grote hoeveelheid dwangmatige ideeën op zich een interessant fenomeen is. 😉
Dus daar stond ik. Met de nieuwe donkerblauwe jurk waarin ik me in de winkel zo mooi voelde, plat uitgespreid over de volle lengte van de strijkplank. Het stoomstrijkijzer in mijn rechterhand, gereed voor de klus.
“Wat ben jij nou aan het doen,” zei mijn assistente. “Dat jurkje is toch van strijkvrije stof?”
“Maar hier zitten een paar kreukjes”, zei ik en wees naar de zoom die vlak boven mijn knie zou vallen.
“Je staat op een podium, dat kan niemand zien.”
Ik dacht daar anders over en daar zwierde de strijkbout al naar beneden. Ik verwachtte dat hij soepel over het gladde materiaal zou glijden, maar het apparaat kleefde direct vast.
Het was zo’n typische situatie, zeker in de context van het komende event, die zou leiden tot een driftbui. Tot dan toe.
“O, hij kan dus niet gestreken worden”, was mijn enige reactie op wat zes maanden daarvoor nog een ramp zou zijn geweest.
“Nu moet ik morgen die jurk met stippen aan van de vorige keer”, zei ik tegen mijn assistente die me met enige spanning op haar gezicht aankeek, klaar voor mijn heftige reactie.
Maar… Die kwam niet. En is sindsdien ook nooit meer opgekomen.
Ineens was ik geen driftkop meer.
Ineens bleek mijn karakter geen vast gegeven.
Ineens bleek de erfelijkheid van mijn drift een illusie.
In mijn ogen is dat het gevolg van de inzichten in de drie principes die ik in de jaren daarvoor opdeed. Voor zover ik het kan zien, zijn veel onzekere gedachte weggevallen, ben ik meer en meer gaan herkennen dat mijn ware natuur altijd oké is waardoor veel randvoorwaarden die ik aan het leven stelde, hun belang verloren. Én is de gewoonte om dingen (nou ja, eigenlijk alles) persoonlijk te nemen, voor een groot deel verdwenen.
Dat maakt het leven een stuk moeitelozer.
PS: Lees je iets in dit artikel waarvan je denkt “Daar wil ik ook iets van”, doe dan mee met de Shiftdag ‘Reset’ van eind deze maand.