“Ik heb dwanggedachten”, zei hij. “Die vertellen me dat ik iets moet doen”.
Hij sprak het uit met grote nadruk op het woordje ‘moet’. Interessant.
Als ik de term dwanggedachten opzoek op het internet, lees ik dat er een onderscheid gemaakt wordt tussen dwanggedachten (onvrijwillige angstaanjagende gedachten) en dwanghandelingen (handelingen uitgevoerd om de angst tijdelijk te verminderen).
Laten we vanuit inzicht in de werking en totstandkoming van onze menselijke ervaring (elke ervaring) op basis van de 3 principes eens kijken naar dwanggedachten en de eventueel bijbehorende dwanghandelingen.
Er is een gedachte (we noemen hem nog geen dwang-gedachte, want zover is het nog niet). Die gedachte gaat, zoals elke gedachte, gepaard met een sensatie in het lijf. Een kriebel of een kramp, een bloos of een hoge ademhaling. Het kan van alles zijn en kan heel onaangenaam voelen.
Tot zover niks aan de hand. Je zou kunnen herkennen dat de gedachte komt en gaat zonder dat je je ermee hoeft te bemoeien en dat het gevoel of de sensaties in je lijf, mee-verdwijnen met de verdwijnende gedachte, zonder dat je iets hoeft te doen.
Kun je dat inderdaad herkennen dan wordt de gedachte nooit een dwanggedachte en ontstaat er ook geen probleem.
Soms lukt het herkennen van de vluchtigheid van de ervaring echter niet. Vaak om één van deze twee redenen:
- De gedachte komt en gaat maar komt opnieuw. Met ook opnieuw die bijbehorende sensaties in je lijf. Daardoor lijkt de gedachte of het gevoel belangrijker en echter. Dat is het niet, maar zo voelt het wel en dat gevoel wordt (heel logisch) serieus genomen. Er ontstaat misschien zelfs een alertheid voor het betreffende type gedachten met een extra schrikreactie als er weer eentje voorbij komt. Waardoor het lijkt alsof de dwanggedachte er vaak of altijd is. Het is een vorm van observer bias (=waarnemersvooringenomenheid), maar dat wordt niet herkend.
- Het gevoel is té akelig en mag er niet zijn. Het moet weg. Het is een probleem dat moet worden opgelost of weggewerkt. Wat dan leidt tot de eerder genoemde dwanghandelingen om het akelige, angstig gevoel tijdelijk te verminderen.
De oplossing om je dwanggedachten te verminderen en op termijn te laten verdwijnen, is buitengewoon eenvoudig: voel wat er te voelen valt. Of, zoals ik het ook wel eens verwoord: voel wat er gevoeld wil worden.
Probeer het eens als experiment, dat voelen wat er gevoeld wil worden. Niet voelen met je hoofd via een verhaal, maar voelen waar de sensaties zich in je lijf bevinden, zonder het verder een label als “angst”, “onrust” of wat dan ook te geven.
Dat experiment gaat zo:
Concentreer je op wat je in je lijf voelt. Welke sensaties zijn er? Prikt of kriebelt het? Is het een verkramping? Lijkt je adem te stokken of je keel wat dicht te zitten? Beweegt de sensatie? Is er tintelen of bibberen of…?
Doe dit concentreren op de sensaties in je lijf zonder die sensaties te verklaren of een overkoepelend label als ‘angst’ of ‘stress’ te geven. Daarmee ben je immers direct weer aan het denken en analyseren en het experiment gaat juist om voelen met of in je lijf.
Als het je lukt om uit het verhaal te blijven en puur sensaties te ervaren, blijken die maar kort te kunnen blijven.
90 seconden, zeggen wetenschappers.
Ik weet niet of dat waar is, maar weet wel uit ervaring dat ik mijn aandacht voor fysieke sensaties altijd snel verlies. Tenminste, zolang ik er geen verhaal over of weerstand tegen heb. Blijkbaar is zo’n sensatie, als hij even aandacht krijgt zonder verder oordeel of label, snel tevreden gesteld en kun je door met je leven.
Soms ga je door met je leven terwijl de sensatie er nog is, maar ook herkend is als ongevaarlijk. Soms is de sensatie gewoon echt weg. In beide gevallen is de rust weergekeerd en kun je ontspannen en zonder dwang door met je dag.
Klinkt dit als te makkelijk? Kom dan naar de Shiftdag ‘Loslaten’ van 17 oktober 2026 en ontdek zelf wat er ook voor jou mogelijk is.
1) Ik deed dit experiment niet in het kader van de dwanggedachten, maar in verband met chronische pijn. Mijn experiment leidde ertoe dat mijn pijn na 25 jaar volledig verdween.