Het is onze gewoonte om, wanneer we een ruimte binnenstappen, rond te kijken naar wat er zich in die ruimte bevindt. Tafels en stoelen misschien. Een bed, een mens, een glas, een fornuis, een kussen, een boek, een muur. Vaak checken we, razendsnel en ongemerkt, bij onszelf wat we vinden van de voorwerpen of de mensen die we waarnemen. We beoordelen de opstelling of de kleuren en reageren daarop met goed- of afkeuring. We zijn soms ook bezig met de positionering van onszelf in die ruimte. Eigenlijk kijken we zo uitsluitend naar wat veranderlijk is. Want waar de ruimte altijd hetzelfde blijft, kunnen alle voorwerpen en mensen uit de ruimte verdwijnen. Ze kunnen van opstelling en kleur veranderd worden.

Graag wil ik in dit stukje de vergelijking maken met het leven in zijn algemeenheid. Waarin we ook zó gewend zijn om te kijken naar wat er zich voordoet en bevindt in ons blikveld en brein. Waarin we ook voortdurend bezig zijn met dáár wat van te vinden en dáár iets in te willen veranderen. Met onze eigen positionering.

En als je nu wat meer rust in je hoofd wilt, is het wellicht een idee om eens ‘de andere kant’ op te kijken. Gewoon als experiment en omdat het kan. Richt je aandacht op de ruimte zelf. Je ware natuur. De ruimte die neutraal, onpersoonlijk, onveranderlijk en zoveel grootser is dan al die tijdelijke verschijningen daarin.

Foto © Rob Tol

Share This