Het was dinsdagavond. Ik zat aan de keukentafel achter mijn laptop. Vanaf het scherm keken tien paar ogen mij aan. Het was een online sessie in het kader van één van de Shift-programma’s en ik was iets aan het uitleggen. Zoals ik dat doe, met veel gebaren en soms ook veel woorden.

Ineens viel ik stil. Er was een chatberichtje van één van de deelnemers opgeplopt onderin mijn scherm. Ik las het en viel gelijk uit mijn verhaal.

Zat ik vlak daarvoor nog op het spoor van het antwoord op de vraag, ineens bevond ik mij op het spoor van de tekst van het chatbericht.

Grappig genoeg kostte het even tijd om weer terug te komen op dat aanvankelijke onderwerp. 

Helemaal niet erg. Sterker nog, het is natuurlijk dat we voortdurend van gedachten veranderen. 

We hoppen van gedachtenspoor naar gedachtenspoor.

Of, zoals vroeger met gymnastiekles: we apenkooien van het ene gymtoestel naar het andere zonder rust en zonder de grond te raken.

Ik vind het handig om te herkennen dat ons denken net apenkooien en daarmee zo ontzettend veranderlijk is. 

Superfijn om te weten dat wat nu een probleem lijkt, dat straks niet meer is omdat ik dan alweer over iets anders aan het nadenken ben. 

Ook goed om te weten dat het verdriet of de boosheid die ik nu voel, vanzelf weer verdwijnt omdat mijn denken volautomatisch overspringt naar een ander onderwerp. 

En buitengewoon prettig om meer en meer te herkennen dat ook gevoelens als eenzaamheid, tekortkomen of angst er alleen maar zijn als ik in de apenkooi toevallig even ben geland op het toestel ‘eenzaamheid’, ‘tekortkomen’ of ‘angst’. Daar kan en zal ik niet blijven vertoeven, want de aard van het apenkooien is dat er vanzelf een denksprong is naar een ander denkonderwerp; en met ander denken zal ik me ook gelijk anders voelen.

Makkelijk hè? 

PS: Denk je nu: “Zó makkelijk kan het niet zijn”, mail me dan even met je bezwaren tegen of vragen over dit stukje. Ik maak graag een podcast om het voor je te verhelderen!