Ik word 60 en ineens hoor ik mensen aan me vragen wat ik daarvan vind, dat ik nu oud ben. Senior. De AOW-gerechtigde leeftijd in zicht.
Als ik dan antwoord dat ik het getal 60 niet voel en dat het me daardoor eigenlijk niks zegt, worden mij bewijzen aangedragen:
“Vanaf je 60e word je als vrouw toch echt minder serieus genomen, dat heb ik zelf gemerkt”, zei de vriendin die twee jaar ouder is dan ik.
“Ik ga het zien aan mijn huid en mijn lijf, dat ik oud begin te worden”, zei de eveneens 59-jarige andere vriendin.
“Je kant toch echt niet alles meer wat je kon toen je 20 was, op onze leeftijd”, vulde haar man aan.
“Je hebt gewoon minder toekomst dan verleden”, opperde een andere vriendin.
Het was een niet zo opbeurend feestje, met al die grijze postduiven van rond de zestig – en het maakte niet zoveel uit wat ik zei.
Er was consensus over het feit dat elke leeftijd die begint met een zes of een hoger getal, ellende met zich meebrengt.
Ik voelde dat er iets niet klopte maar ik wist niet wat en werd nieuwsgierig: wat zag ik zelf?
Mijn nieuwsgierigheid leidde tot twee inzichten:
1. We zoeken bewijs voor ons eigen gelijk – niet voor waarheid of nuance.
Als je gelooft in een gedachte, concept of dogma dan is er altijd bewijs te vinden dat je gelijk ondersteunt en kun je moeiteloos alle voorbeelden die het tegendeel bewijzen, over het hoofd zien of van de hand wijzen. In bovenstaande conversatie buitelden mensen over elkaar heen om voorbeelden te geven van wat ze niet meer kunnen nu ze de zestig gepasseerd zijn – en was niemand onder de indruk van het feit dat er mensen van 70 zijn die marathons lopen, 85-jarigen die nog vrolijk door Europa reizen in hun camper of 95-jarigen die nog even gemakkelijk in hun auto stappen als veertig jaar daarvoor. Die voorbeelden werden als incidenten beschouwd omdat de stelling “60 = oud” er waar uit zag.
2. Als dit onderwerp mij zó opvalt dan wordt er hier, in mij, iets geloofd.
Als het leven Inside-Out werkt, zoals de 3 principes laten zien, dan kan het niet anders dan dat ikzelf gedachten heb over oud en ouderdom. Al mijmerende realiseerde ik me dat ik, ondanks het feit dat ik het getal niet voel, onzekere gedachten heb over “zo niet willen worden”. Niet serieus genomen worden, minder mogelijkheden hebben en mijn veranderende lijf. Logisch dus dat ik zoveel conversaties oppik over ouderdom… Ongemerkt en ongezien (én in alle onschuld) gaan er onzekere gedachten door me heen.
Is dat erg? In mijn ogen niet. Maar wel handig om te zien. Want waar ik andere mensen niet kan laten stoppen met praten over ouder worden, kan ik wél mijn eigen onzekere gedachten herkennen. En omdat ik weet dat gedachten waar voelen maar het nooit zijn, ontstaat de optie om het denken te zien, te voelen en elke keer opnieuw weer te realiseren dat ik het niet kan weten. Ik weet niks over oud & ouderdom en hoe het leven zal verlopen. Ik kan wel steeds opnieuw herkennen dat ik niet mijn denken ben, maar de onaantastbare essentie daarachter. Een ware natuur die niet verandert door een ouder wordend lijf.
Kortom: dat waar we (onzekere) gedachten over hebben, zien we overal om ons heen en kunnen we altijd beargumenteren. Ontspanning zit in dat (h)erkennen. Punt. Alles wat daarna komt is weer meer denken ;-).
PS. Kun je wel wat hulp gebruiken bij het herkennen van jouw eigen (onzekere) gedachten? Dan is de Shiftdag ‘Reset’ van 26 juni aanstaande misschien een leuke tip. Dat is een dag die je terugbrengt naar wat je ooit al was: ontspannen, helder en vol vertrouwen.