Pratend over het ongelooflijke wonder dat wij zijn en dat we tegelijkertijd waarnemen als een externe wereld, zijn contradicties onvermijdelijk. Alles is één energie zeggen we, en tegelijkertijd ervaren we miljarden mensen, kleuren, planten, geuren, gevoelens, voorwerpen, geluiden, dieren, smaken, enzovoorts buiten ons. Dat is een illusie zeggen we, maar het wordt in elk moment toch behoorlijk levensecht ervaren. Er is geen onderscheid tussen jou en de tafel weten we zelfs uit de wetenschap, en toch stoot ik mijn scheenbeen ertegen en verschijnt er een blauwe plek. Er is niets te doen, niets te bereiken en je hoeft nergens heen, verkondigen we en merken op dat er tegelijkertijd wel bewogen wordt. Het leven wordt van binnen naar buiten gecreëerd is de stelling, terwijl het absoluut en honderd procent andersom lijkt te zijn.

Als je met je intellect luistert naar een uitleg van de drie principes of een andere metafoor voor de werking van de menselijke ervaring en de eenheid daarachter, kom je er dan ook niet uit. “Het is een onoplosbare puzzel,” merkte iemand laatst op. “Je krijgt ‘m niet kloppend.” Ik werd daarmee direct herinnerd aan de vraag van het dochtertje van één van de mensen in onze opleiding. Zij had bij haar vader geïnformeerd of er ook puzzels waren die uit één stuk bestonden. Zijn antwoord, na enig aarzelen, luidde zoiets als: “ik denk het niet, want als er maar één stuk is, is er geen puzzel meer.” Later constateerde hij echter dat het leven eigenlijk een dergelijke puzzel is.

Wat een mooi inzicht. Het deed mij opnieuw zien hoe we maar druk bezig zijn met alles passend en kloppend te krijgen in ons leven en in de wereld. Hoe we eindeloos zoeken naar de juiste, volgens ons nog ontbrekende stukjes. Terwijl de puzzel simpelweg uit één stuk bestaat. Omdat alle scheidslijnen imaginair zijn en alles al helemaal heel is. Hoe eenvoudig wordt ’t leven met deze realisatie.


Share This