“Ik kan het niet verdragen”, zei de deelnemer aan Time2Shift.

Ze zat tegenover me in de Shift-huiskamer op de fauteuil die minstens zo oud is als ikzelf ben. Haar handen om het glas met thee gevouwen, haar in kekke gympen gehulde voeten rustend op het kringlooptafeltje tussen ons in.

“Zo zie je er niet uit”, zei ik.

Ze legde me uit hoe het kwam dat ze er nu zo ontspannen bij zat: op dit moment was het ondragelijke gevoel niet aanwezig. Maar er waren momenten, vertelde ze, dat ze zo’n spanning in haar lijf voelde dat het “niet te doen” was.

Ik snapte wel wat ze bedoelde want dat heb ik soms ook. Het komt weleens voor dat ik in bed lig en me angstig voel, terwijl mijn bedje lekker warm is, de deur op slot en de hond waakt. Of dat ik met mijn vriend aan de ontbijttafel zit, hij rustig zijn boterhammetje zit te smeren en ik bevangen lijk te worden door een somber gevoel. Een gevoel dat niet klopt bij dat relaxte moment.

Maar is dat gevoel ondraaglijk? Ik denk het niet. Want ik (net als genoemde Time2Shift-deelnemer) adem gewoon door. Daar hoef ik niets voor te doen, dat gebeurt. Zowel in bed als aan de ontbijttafel. En op enig moment, ook als ik er niks bewust aan doe, zijn de sensaties van angst of onrust weer weg. Dat kan niet anders, zo werkt het systeem nu eenmaal: we voelen onze (ongemerkte) gedachten. De angstige gedachten leveren een angstig gevoel op, de sombere een somber gevoel, de vrolijke een vrolijk gevoel. 

Het is een onontkoombare wetmatigheid. Gelukkig is er ook geen reden om er aan te willen ontkomen, omdat we nooit vast zitten aan een gedachte (en daarmee dus ook niet aan een gevoel). Denken en gedachten zijn als een rivier die voortdurend stroomt. In elk nieuw ogenblik dat je naar de rivier kijkt, kijk je tegen ander water aan. De watermoleculen van een seconde geleden zijn immers al doorgestroomd en de verse toevoer van watermoleculen ligt op dit nieuwe moment aan je voeten.

“No man ever steps in the same river twice, for it’s not the
same river and he’s not the same man.”
― Heraclitus

Goed, dan hebben we geconstateerd dat je gewoon doorademt terwijl je het rotgevoel hebt. En dat je daar niet bang voor hoeft te zijn omdat er vanzelf weer andere gedachten en daarmee andere sensaties komen. Waarom voelt het dan toch alsof het niet uit te houden is?

In mijn ogen heeft het ‘ondraaglijke’ niet zozeer met het gevoel of de sensaties te maken, die kunnen we wel aan*.  Maar veel meer met het feit dat IK DIT NIET WIL. Weerstand in hoofdletters. De gedachte “ik wil dit niet” of “dit mag niet” is de gedachte die een gevoel ondraaglijk maakt.

En dat is niet erg. Want ook de weerstand-in-hoofdletters-gedachten verdwijnen weer. Het is hooguit handig om te herkennen dat je dit hele gedachtenspel niet zo serieus hoeft te nemen ;-).

*) En zijn de sensaties echt teveel, dan doet je lijf een reset en raak je buiten bewustzijn. Om weer bij bewustzijn te komen als het systeem tot rust is gekomen. Wat zelden voorkomt omdat de sensaties vaak niet zo erg zijn als we denken.