‘Je moet leren houden van alle delen van jezelf’ lees ik. Er wordt in deze uitspraak gesuggereerd dat jij als mens uit allerlei delen bestaat. Fysieke delen en mentale delen. Een lijf met meerdere aspecten en een persoonlijkheid met vele kanten. Waarvan wij, in de westerse wereld, er dus vele haten, volgens de schrijfster. De één heeft een hekel aan zijn buik, de ander haat zijn perfectionisme, een derde is haar onzekerheid en onderkin liever kwijt dan rijk. Dat moet anders, zo wordt gesteld.
Er moet van alle delen volop gehouden worden en daar was een proces voor bedacht. Bij elke pijnlijke gedachte over haar lichaam of over één van haar eigenschappen en bij elke pijnlijke emotie moest de schrijfster tegen zichzelf zeggen: ik hou van het deel dat…..vul maar in…uitgezakt is, woede voelt, geïrriteerd is geraakt.
Ik zag het voor me, de hele dag dat geklets tegen mezelf over hoeveel ik wel niet hield van mijn rimpels en irritatie en wallen en eigenwijs- en lompheid. Naar mijn bescheiden mening is er een eenvoudiger weg: de realisatie dat jij AL die gedachten en gevoelens en dat lijf helemaal niet bent. Dat wie of wat jij werkelijk bent dit mentale gespartel volledig neutraal waarneemt en al helemaal HEEL is.