Naarmate mijn grounding in de 3 principes zich verdiept, zie ik steeds duidelijker dat focus op “hoe ik me voel”  zorgt voor minder helderheid en meer gedoe en ongemak.

Of misschien moet ik zeggen: de focus op het ‘juiste’ gevoel zorgt voor meer ellende dan het  oplost – om een paar redenen.

De Inspecteur Juiste Gevoelens is een wisselvallig type

Om te beginnen hebben we nogal een mening over wat wél en wat vooral niet gevoeld mag worden. Die mening is een willekeurige gedachte maar lijkt heel echt én belangrijk waardoor ons hoofd een parttime baan heeft als Inspecteur Juiste Gevoelens (IJG). Dat kost om te beginnen een berg extra energie. Daarbij is die IJG weinig consequent in wat zij wel of niet het juiste gevoel vindt en deelt vrij willekeurig boetes uit voor ‘verkeerde’ gevoelens.

Om een paar voorbeelden te geven van die tweeslachtigheid:

Vrolijk is fijn (behalve op een begrafenis, dan is het weer problematisch) en onrustig mag niet (behalve voor een examen want dan is het logisch).

Bang is niet goed (behalve als het je laat wegrennen voor een aanstormende bus, dan is angst nuttig) en boos ongepast (behalve als een dronken bestuurder je auto in de prak rijdt want wie zou dan niet boos worden?).

Je Inspecteur Juiste Gevoelens heeft als het ware een wetboek vol regels en uitzonderingen op de regels. Met soms uitzonderingen op de uitzonderingsregels. Waardoor je het nooit goed doet, qua gevoel. En dat voelt dan weer niet goed ;-).

Een gevoel heeft geen intrinsieke waarde. 

Het paradigma van de 3 principes (3P’s) laat zien dat elk gevoel (somber, blij, boos, bang, etc.) 100% veroorzaakt wordt door gedachten. Een gevoel zegt van zichzelf niks.

Je kunt een kriebel in je buik1) hebben maar zonder denken over die kriebel is er verder niets. Helaas, meestal houden we het niet bij die kriebel maar gaan we denken: “Oei, een kriebel. Hoezo? Waarom? Is het angst? Of zenuwachtigheid? Of onzekerheid? Dat komt natuurlijk door….”. En voor je het weet heb je een heel verhaal bij dat kriebeltje dat eigenlijk gewoon een kriebeltje was.

Met dat verhaal is er meer denken, met die grotere hoeveelheid denken is er automatisch meer gevoel en voor je het weet lijkt je hele ervaring overgenomen te zijn door gevoelens. Waar ze geloofwaardiger door lijken maar het nog steeds niet zijn: een gevoel is een fysieke sensatie, niks meer en niks minder. 

Een gevoel is tijdelijk

Tenslotte vergeten we vaak dat denken – en dus gevoel – tijdelijk is.

Altijd. Altijd. Altijd tijdelijk.

Er is geen gevoel dat blijft. Tuurlijk kunnen we het tegendeel denken (en die gedachte wordt op zijn beurt dan ook weer gevoeld) en het kan lijken alsof een bepaald (naar) gevoel er erg vaak is. Daar kunnen we dan ook weer veel van vinden en dit ‘vinden’ is denken dat, op zijn beurt, gevoeld wordt.

Kortom

Onze volledige menselijke ervaring, elk gevoel, bestaat uit tijdelijk denken in bewustzijn. het denken stroomt automatisch door – waardoor ook het bijbehorende gevoel automatisch zal veranderen. Dat automatisme is fijn om te herkennen: je bent altijd slechts één gedachte verwijderd van een ander gevoel en daarmee een volledig nieuwe ervaring.

  1. Voor andere fysieke gevoelens, zoals onder andere een gevoel dat de adem je benomen wordt, trillende benen, zwetende handen en onrust, geldt hetzelfde. 

PS: Heb je gevoelens die je erg in de weg zitten en waar je niet vanaf lijkt te kunnen komen?   Maak dan hier een afspraak voor een vrijblijvend kennismakingsgesprek. Dan kijken we samen of je geholpen zult zijn met iets uit het Shift Academy aanbod.