Laatst vloog ik van Schiphol naar Londen Gatwick. Een tripje van niks dat ik al vrij vaak gemaakt heb. Ik stond in de rij om mijn handbagage en mezelf te laten checken door de security. Toen ik aan de beurt was wees een aardige medewerker mij een balie aan en begon te vertellen dat ik mijn jas en bergschoenen uit moest trekken en…Ik onderbrak de man om hem de rest van de riedel te besparen en knikte zelfverzekerd: “ik weet ‘t.” Waarna ik doorliep naar de aangewezen beveiligingsbeambte en mijn jas en schoenen uittrok. Vervolgens deed ik mijn koffertje open om het doorzichtige zakje met vloeistoffen (levensgevaarlijke tandpasta!) daaruit te vissen en ook mijn laptop en de oplader. Want ik wist dat dat eveneens onderdeel van de routine was.

De man achter de balie stak echter zijn hand op. “Ho maar, dat hoeft niet meer”, zei hij. “Maar ik heb een laptop en vloeistoffen bij me”, protesteerde ik. “Dat maakt niets uit”, antwoordde de beambte. “Bij deze poort staat toevallig een nieuw apparaat dat daar geen probleem mee heeft.” “Oh, handig!” bracht ik uit en liep naar de mevrouw die mij moest fouilleren vanwege een knoop aan mijn broekspijp.

Later realiseerde ik mij dat dit een leuk voorbeeld was van hoe we vaak denken de ‘expert’ te zijn op een bepaald gebied en vervolgens op de automatische piloot dezelfde gedachten volgen en dus handelingen verrichten. Bij zo’n procedure als ik hierboven beschreef geen enkel probleem. Er was iemand die mij wees op mijn verkeerde vooronderstelling. Maar in het dagelijkse leven doen we hetzelfde. Zoals ik bij de luchthavencontrole automatisch reageerde (want ik voelde mij best een expert op het gebied van vliegreizen), denken we in het leven bijvoorbeeld expert te zijn op het gebied van onze partner of collega of kind. En gaan vervolgens uit van de ‘wetenschap’ die we over hen hebben bij ons denken en doen.

-‘Bij hem moet je altijd een beetje tactisch te werk gaan’. En je denkt drie keer na voor (en hoe) je iets aan hem vraagt.

-‘Mijn kind heeft nu eenmaal behoefte aan veel bevestiging’. En je blijft jarenlang dit kind bevestigen en geruststellen.

-‘Daar heb je háár ook weer’. En je loopt met een boogje om haar heen.

Herkenbaar? We zijn op deze manier niet nieuwsgierig meer naar de ander. We laten zo weinig ruimte voor verandering in vaste patronen. We zien wellicht niet eens wat er fris en veranderd is. We staan niet open voor een compleet nieuwe ervaring van en met de mensen die we denken te kennen.

Soms denken we expert te zijn op het gebied van situaties en omstandigheden of de hele wereld en volgt er ook een automatische reactie op wat we menen waar te nemen. En ook dan hebben we onmiddellijk onze beleving beperkt tot die gedachte en dat gevoel.

-Iemand vertelt over zijn kind met een eetstoornis en de ‘expert’ roept: “wat heftig!”

-Er komt een land waar je op vakantie bent geweest ter sprake en de ‘expert’ beweert: “dat is een vre-se-lijk (of juist fan-tas-tisch!) land”.

-Men vraagt jou om een project te doen op een gebied waar je eerder denkt ‘gefaald’ te hebben en onmiddellijk komen er gedachten van verzet op bij de ‘expert’. En je weigert of zegt ja en ligt nachten wakker je zorgen te maken.

Het lijkt of we houvast hebben aan de dingen die we denken te weten. En bij zo’n veiligheidsprocedure maakt dat ook niets uit. Maar zou je ’t aandurven om je ‘expertstatus’ op te geven met betrekking tot ‘andere mensen’ en ‘situaties’ en voor mijn part ‘de wereld’? In de wetenschap dat we deze uitsluitend beleven via onze gedachten? Kun je het opbrengen om een volslagen beginner te zijn in het leven? Om gewoon met een open hart te luisteren en te kijken? Misschien zie en ervaar je wel iets heel nieuws en fris!

Share This