Als mens hebben we de beschikking over een conceptueel brein en kunnen we gedachten entertainen over wat er nu niet is. We kunnen ons bijvoorbeeld verheugen op iets wat staat te gebeuren. Of eigenlijk: iets waarvan je verwacht dat het gaat gebeuren. Want als je goed kijkt weten we natuurlijk helemaal niet (nooit!) wat het volgende moment brengt. Maar we doen alsof we dat wél weten en dan kunnen we voorpret ervaren: “Volgende week vakantie, hoera! Zo’n zin in!” Dit ondersteunen we als toehoorder ook graag. “Lekker voor je hoor, geniet er maar van. Je hebt het verdiend!” Of zo. We delen graag in de voorpret. Niets mis mee.

Vorige week kreeg ik te maken met verschillende mensen die zich hadden gerealiseerd dat zij zich zorgen maakten en angstig voelden over iets wat er nu niet was (herkenbaar waarschijnlijk?). De keerzijde van voorpret dus eigenlijk. En er kwam een nieuw woord in mij op: voorprut.

Nu vast ongelukkig zijn omdat je kunt fantaseren dat er op een toekomstig moment iets zal plaatsvinden wat je ongelukkig zal maken.

Er zitten heel veel misverstanden in voorprut (net als in voorpret trouwens, maar daar maken we ons meestal niet druk over want dat voelt lekker):

-Je gelooft dat je kunt voorspellen wat er gaat gebeuren.

-Je gelooft dat wat er gebeurt iets te maken heeft met hoe je je voelt (dat is niet zo. Nu niet en nooit. Je voelt gedachten. Heel kort door de bocht gezegd. En neem dat vooral niet van mij aan, maar lees gerust even onze 1500 blogs terug om hier helderheid in te krijgen 🙂 ).

Door de term voorprut te gebruiken, kan het misschien al wat luchtiger klinken, dat zorgen maken over de toekomst. Wellicht geeft het zelfs inzicht in wat we per ongeluk aan het doen zijn, met dat conceptuele brein. Het staat op de voorpruttelstand of zo. En dat is niet erg, er gaat niets mis, je doet niets fout; er is gewoon denken en het voelen van die gedachten.

Een andere beweging van het conceptuele brein en een bijbehorende term en die mij in dit kader te binnen schoten was ‘binnenpretje’. We amuseren onszelf wel eens met een grappige gedachte. Gewoon omdat het kan. En als een ander daar getuige van is en vraagt: “wat is er?” antwoord je iets in de trant van:”oh, niets, gewoon een binnenpretje”. Meestal maken we daar verder niets van. Hooguit is de ander nieuwsgierig naar wat er zo grappig is en willen zij gezellig delen in de pret.

Dezelfde beweging maar dan met een ‘negatieve’ gedachte zouden we dus ‘binnenprutje’ kunnen noemen. Zit je thuis op de bank te lijden onder je eigen sombere fantasieën. Komt er een vriend binnen en vraagt: “wat kijk jij chagrijnig? Wat is er?” Met het inzicht dat het enige wat er gebeurt is, dat er gedachten en gevoelens worden ervaren, zou hierop het antwoord dan kunnen zijn: “oh niets, gewoon een binnenprutje.” Waarmee de tijdelijke aard van deze ervaring wordt erkend en er verder niets meer nodig is. Misschien wil je medemens gezellig delen in het drama.

Vaak weten we dat echter (nog) niet, of herkennen we dat (even) niet en dan wordt een binnenprutje de aanzet tot doorvragen, analyse, hulp vragen, steun bieden, labels plakken (depressie!) kortom; het heel serieus nemen van deze tijdelijke ervaring. En ‘m daarmee in alle onschuld in stand houden en verergeren. Doen we dat bij het binnenpretje ook dan?

Zo handig om te weten dat binnenpretjes en binnenprutjes uit hetzelfde materiaal bestaan. Net als voorpret en voorprut. Gedachten in het bewustzijn van de geest. En wat mooi om je te realiseren dat inzicht in de werking van dit systeem voldoende is om het allebei, allemaal, gewoon te beleven en op een natuurlijke manier (vanzelf!) door te zien stromen in de ruimte die je in wezen bent.

Afbeelding van DanaTentis via Pixabay

Share This