Is het je wel eens opgevallen, dat alles waar we een probleem in zien al gebeurd is (al is het maar in ons hoofd)? Kun je zien dat elk gevoel waar je vanaf wilt al gevoeld is? Is het niet interessant dat elke situatie die we ongewenst achten, al waargenomen en gelabeld is? Heb je ook gemerkt dat elk patroon dat je wenst te veranderen, zich al gevormd heeft? Is niet het niet verbazingwekkend om je te realiseren dat elke ervaring waar we vanaf willen al ervaren is? Kun je zien dat alles wat je aan ‘jezelf’ tegenvalt, al benoemd en afgekeurd is? Zou het zo zijn, dat alle analyse gaat over iets wat al gecreëerd is?

We proberen continu te veranderen wat al vorm gekregen heeft. Naar mijn bescheiden mening zijn we daarom altijd te laat met onze wens en acties om dingen (en ‘onszelf!’) te veranderen. En daar biedt het begrip van de 3 principes een compleet andere ‘aanvliegroute’ voor. Met de realisatie dat elke vorm bestaat uit Denken, worden we uitgenodigd om te kijken wat er vóór die vorm is. Zo krijgen we de kans om uit de analyse- en knutselmodus te stappen en in alle rust te kijken naar wat er in elk moment compleet nieuw en fris tevoorschijn komt uit het vormloze. Uit Mind.

Sydney Banks suggereerde dan ook dat een ‘quiet mind’, een stille geest, de enige soelaas bood. Niet als iets om naar te streven of gedwongen geknutsel aan een overactieve geest (vorm!), maar als verwijzing naar de ruimte die zich vanzelf openbaart als je je realiseert dat alles wat al vorm gekregen heeft met rust gelaten kan worden, omdat je simpelweg toch al te laat bent.

En natuurlijk zijn we getraind om dat wat al plaatsgevonden heeft te be- en veroordelen onder het mom ‘dan kunnen we het de volgende keer anders doen’ of ‘dan gebeurt het niet nog een keer’, maar als je goed kijkt, streven we dan naar een betere variant van wat al plaatsgevonden heeft. Oude wijn in nieuwe zakken. Een beter gevoel op een toekomstig moment. Een meer spirituele reactie een volgende keer. Een ander, nu vast te voorspellen, patroon. Een variant op wat we al kennen.

Alsof je eindeloos met je vriendinnen belt over een zojuist gemiste bus. Het verhaal herhaalt wat de oorzaak van je late aankomst bij de bushalte was, wie daarbij betrokken waren, wat het gevoel was dat overheerste, welke collega’s of vrienden wél de bus hebben gehaald. Analyseren waarom jij nu altijd zoveel tijd nodig hebt om aangekleed en anderszins presentabel te vertrekken, een tactiek verzinnen en om tips vragen zodat je nooit meer een bus zal missen. Filosoferen wat het over jou zegt dat je al eerder een bus miste, je afvragen of je de busmaatschappij moet bellen over een andere dienstregeling. Nadenken over de rol van de buschauffeur, het weer, je moeder en de maatschappij in dit geheel.

De mogelijkheid waar wij op wijzen, houdt een volkomen fris begin in elk moment in. Wellicht komt het idee van een ander vervoermiddel in je op, of thuiswerken, of ontslag nemen, of zelf een buslijn beginnen, of….het hele verhaal verdwijnt simpelweg uit je bewustzijn en je staat de volgende morgen met een helder hoofd op.

Een gesprek dat ik laatst had met een vriendin waarin die term ‘te laat’ uit het niets opkwam, werd enorm grappig toen we constateerden dat we eigenlijk continu aan het kletsen zijn over wat al gebeurd en gevoeld was. We waren te laat. Te laat. En weer te laat! Dat inzicht zorgde, na een lachbui, vanzelf voor het oplossen van alles in het Niets. Een altijd nieuw en oneindig intelligent uitgangspunt.

Image by Kathy Bugajsky from Pixabay

Share This