Je kent vast wel het liedje met de volgende tekst: Row, row, row your boat, gently down the stream. Merrily, merrily, merrily, merrily, life is but a dream. We leerden het als kinderen. Lekker simpel, qua tekst. En wat mij betreft zit er grote waarheid in. Het leven is een droom. Een rivier van intelligent bewustzijn waarin een eindeloze stroom van droomgedachten tot leven komt. En wij zijn tegelijkertijd de rivier en het gedroomde persoontje dat daarin meestroomt. In de flow of heftig tegenstribbelend.

Het leven is een droom. Levensecht, weliswaar, maar toch een droom. Filosofen vertellen het al eeuwenlang in allerlei metaforen. Zelfs de wetenschap (die ook in de droom voorkomt!) komt langzamerhand tot deze conclusie in de tak die we kwantumfysica noemen. En hoewel ik daar geen bevestiging meer van nodig hebt, is het wel leuk lees- kijk- en bestudeermateriaal. De drie principes vertellen het in alle eenvoud via Sydney Banks: Life is a divine dream, suspended between time, space and matter. Kijk, een goddelijke droom nog wel. Daar ga je.

Als je ook maar een glimp hiervan opvangt kan er zomaar een heleboel controledrift wegvallen. Bovendien, en dat is eigenlijk waar ik dit stukje over wil schrijven, zou je je daarnaast eveneens kunnen realiseren dat er geen onmogelijkheden zijn. In dromen kan immers alles? Een mooi voorbeeld vind ik de hedendaagse technologie. Waar honderd jaar geleden slechts van gedroomd kon worden, is nu in uitvoering gebracht door nieuwsgierige types. Nu nog via schijnbaar ingewikkelde processen, maar ik durf te beweren dat we zo’n omweg alleen (nog) nodig hebben door de beperkingen die we met ons brein bedacht hebben. Mijn verstand doet dat ook. En toch wordt er ergens diep van binnen geweten dat alles kan. Vanwege het simpele feit dat de wereld van de vorm een droom is.

Dus we kunnen nu, op dit moment in de gedroomde tijd, wel vaststellen dat het lichaam op een bepaalde manier werkt, maar ook dat lichaam is gedroomd. We kunnen nu wel denken dat er grenzen zijn aan de technologie, maar ook dat is onderdeel van de droom. En we kunnen nu wel onderscheid maken tussen wat ‘waar’ is en wat ‘niet waar’ is, en wat ‘mogelijk’ en ‘onmogelijk’ is, maar binnen de droom is het onderscheid er wat mij betreft niet. We kunnen niet weten wat er gebeurt in het bewustzijn. Wat er in de stroom verschijnt.

Het maakt dat ik bereid ben overal aan te twijfelen binnen deze droom. Al constateer ik dat ik schijnbaar onderhevig ben aan de beperkingen van tijd, ruimte en materie. Ik hoef ook niet mijn best te doen om daar vanaf te komen, ik doe gewoon wat me logisch lijkt in elk moment (naar de dokter met een gebroken been, geen plastic in het bos). De realisatie van het droomkarakter van onze werkelijkheid maakt dat ik me er bewust van ben dat ik daar niets zeker over kan weten, al doe ik wel steeds praktische aannames (via de A28 kom ik in Soest). En ik hoef ook niet mijn best te doen om een andere (betere!) droom te bewerkstelligen. Mijn vrijheid ligt in het besef zowel de Dromer als het gedroomde te zijn.

Waarmee alles vanzelf stroomt.

Foto © Rob Tol

Share This