Een tijdje geleden stootte ik mijn teen tegen de tafel en het was geinig om te zien wat er gebeurde, zonder dat ik het van tevoren of ter plekke bedacht had. Er was stoten als een sensatie waar geen weerstand tegen werd geboden. Het gebeuren verscheen en verdween in het eeuwige nu en niemand maakte zich er blijkbaar druk om. Fysieke pijn kon geen pijn heten. Of zoiets. Een heel verschil met hoe een dergelijke ervaring eerder wel beleefd werd, kon ik vaststellen.

In een totaal ongerelateerd gesprek een paar weken later, waarin gevraagd werd ‘hoe inzicht in de drie principes verloopt’ bedacht ik dat we dit als volgt ZOUDEN kunnen omschrijven. Overigens ZONDER dat dit een regel is, zonder dat het ALTIJD zo gebeurt of moet gebeuren, zonder dit ‘proces’ te gaan zitten monitoren of te streven naar het ‘volgende ‘level’. Want dat is er in essentie niet. Maar simpelweg als metafoor. Komt ‘ie:

-Als er zoiets als stoten plaats vindt (een ‘ongewenste’ ervaring) ontwikkelen we vaak de neiging om het voorwerp waar we ons aan stoten de schuld te geven. Of degene die het voorwerp neergezet heeft. “Die stomme tafel ook, met die achterlijke uitstekende poten! Dat kl*#@te ding gaat morgen nog de deur uit!” Of:”Welke malloot zet er hier nu een paaltje neer? In dat hoge gras? Je zou er je nek verd#@8mme over breken!” Volledig ‘buitenstebinnen’. We wijzen maar wat raak, in de heftige weerstand tegen de ervaring.

-Dan de volgende ‘fase’: er vindt zoiets als stoten plaats. We beoordelen het gebeuren nog steeds razendsnel als ongewenste ervaring, maar hebben gezien dat het uitermate zinloos is om iets of iemand in de ‘buitenwereld’ de schuld te geven hiervan. Dan wordt er een andere koers gevaren: we geven ‘onszelf’ de schuld. “Ik ben ook zo onhandig!” “Jeetje, wanneer leer ik nou ‘ns uit mijn doppen kijken?!” “Ik moet ook meer AANWEZIG zijn, mijn hoofd zit veel te vol en dan gebeurt er DIT!” “Als ik niet in een gedachtetrein had gezeten…wanneer LEER ik het nu eens?” Nog steeds is er weerstand tegen de ervaring, maar nu hebben we een andere ‘schuldige’. Jijzelf. Nog steeds heerst er dan, of in dat moment in ieder geval, het ‘buitenstebinnen’ paradigma. Want ja, ook dat wat wij ‘ik’ of ‘mijn gedachten’ noemen, is ‘buiten’, en niet de richting om in te kijken.

(Op het moment dat er daadwerkelijk een teen gestoten wordt, oftewel een ‘ongewenste’ ervaring plaatsvindt, is het trouwens sowieso niet nuttig om waar dan ook te gaan zitten kijken en/of zelfs wroeten. Beleef dat gewoon. Zonder analyse. Mijmeren over de drie principes en wat ‘naar binnen kijken‘ inhoudt doe je maar een andere keer. In alle rust. Zo, geef ik ook nog eens een tip. 🙂 ).

-De ‘laatste’ fase, tenslotte. Ergens in jou (niet in je hoofd als een geloof, en ook nergens in je lijf) is er een ‘weten’. Het besef of het (h)erkennen dat elke ervaring op dezelfde manier tot stand komt. Als samenspel van Levensenergie, Denken en Bewustzijn. En wellicht is er ook ergens de realisatie (de her-innering?) dat jouw ware natuur de stille ruimte vormt waar alles in plaatsvindt. Dat ook wat jij ‘ik’ noemt een verhaal is. Waarmee er een heel kaartenhuis aan verhalen is ingestort. Dan wordt de teen gestoten. En blijft het stil. De sensatie wordt niet gelabeld en niet toegeĂ«igend (want wie zou dat moeten doen?) Er komt geen weerstand op en er vormt zich geen verhaal. Er is alleen maar het ervaren. Geen probleem.

Vul nu voor ‘teen stoten’ een voor jou terugkerend ‘struikelblok’ in en zie wat er mogelijk is.

p.s. Nog even een reminder, wellicht ten overvloede. Wat hier beschreven wordt als zogenaamde ‘laatste fase’, is niet iets om aan of naartoe te werken of als ‘ideaal 3P functioneren’ te zien. Het is wat overblijft als er allerlei denken is weggevallen. Als bijverschijnsel van inzicht. Van steeds hetzelfde begrip waar wij met de metafoor van de drie principes naar verwijzen.

Image by David D from Pixabay

Share This