(Disclaimer: dit is geen advies om je kind van zwemles af te halen! 🙂 )

Ontbijt in het restaurant bij het zwembad. Er is veel drukte en herrie. Een vrouw roept met schelle stem door een microfoon instructies en aanmoedigingen naar de kinderen die in het water liggen. Vaders en moeders, broertjes en zusjes, opa’s en oma’s kijken toe en worden aangemoedigd om ook aan te moedigen. Het is afzwemdag. De kinderen moeten een vooraf vastgesteld aantal banen zwemmen op verschillende, exact beschreven manieren en een paar opdrachten uitvoeren zoals vereist is. Onder water zwemmen, bijvoorbeeld. Een precies aantal meters.

Ik herinner me een gesprek, nu wel tien jaar geleden, met twee vriendinnen. De ene had, net als ik toen, kinderen in de puberleeftijd. De andere vriendin zat in de baby-, peuter- en kleuterfase met haar nageslacht. De oudste van het drietal zat op zwemles en was in het ‘autistenklasje’ geplaatst. Dat bestond blijkbaar. Voor kinderen die moeite hadden met luisteren of zo. Het was een wekelijks terugkerend drama geworden om hem mee te krijgen naar het zwembad. De ‘ervaren’ vriendin en ik vroegen: “kan hij zwemmen?” Het antwoord luidde ‘ja’. Hij redde zich uitstekend, maar niet volgens de regels van het officiĂ«le zwemonderricht en de voorwaarden voor het afzwemmen. De ene vriendin riep resoluut: “Haal ‘m er vanaf!” De kleutermoeder wierp tegen: “maar hij zou zo’n diploma zo leuk vinden.” “Dan knutsel je er zelf eentje in elkaar,” opperde ik (destijds was ik nog in de tips- en goede ideeĂ«nfase). “Maar…wat vertel ik andere mensen dan?” vroeg kleutermoeder. “Je liegt gewoon keihard dat ‘ie het diploma heeft gehaald of je zegt nonchalant en zelfverzekerd dat jullie thuis uit principe niet aan zwemles doen” antwoordden wij, de ervaren moeders.

Nu, genietend van mijn ontbijt en luisterend naar het kabaal, kwam er iets anders op. Ik zag Ă©Ă©n van de vele manieren waarop we als westerse mens ‘getraind’ worden. Getraind om van zichzelf handige vaardigheden zoals je redden in het water, in een keurslijf te dwingen. Met de beste bedoelingen, maar desnoods met druk en onder dwang. Want je wilt niet dat je kind verdrinkt, nietwaar? Ik zag hoe we onze kinderen angstig regels opleggen en ze langs de meetlat leggen. En niet alleen in het zwembad. En niet alleen onze kinderen, maar ook onszelf.

We verzinnen maatstaven, nemen ze enorm serieus en wringen onszelf en de kinderen in bochten om eraan te voldoen. Met zwemmen, op school, op ons werk, in ons bedrijf en met betrekking tot ons lijf. We doen het voor de relaties die we hebben, voor de mensen om ons heen en voor de wereld in het algemeen. En lijden vervolgens onder de stress wanneer wij of onze kinderen niet voldoen aan de maatstaven.

Natuurlijk is er ook de blijdschap als er (even) aan zo’n maatstaf wordt voldaan. Er hingen ballonnen in het zwembad en ik zag cadeaus klaarliggen voor de geslaagden. Die tijdelijke euforie ruil ik persoonlijk graag in voor de onvoorwaardelijke vrijheid van het inzicht dat alle maatstaven illusoir zijn. En ook; dat we bij wijze van spreken (maar eigenlijk letterlijk!) zwemmend geboren worden en ook perfect toegerust zijn om het leven zonder (onszelf) opgelegde regels, maatstaven en andere houvast te leven. Helemaal vanzelf. Niemand hoeft je instructies toe te schreeuwen met hoe het moet. Je leert al doende wat handig en nuttig is, net zoals je hebt leren lopen. Je redt je wel.


Share This